Ik ga een beetje leraar lope te worden! Echt nie!
Het lerarentekort is schrijnend. De werkdruk is te hoog. Het één is een logisch gevolg van het ander maar niet persé de oorzaak. Je kunt er als overheid een half miljard euro tegenaan knallen, maar als er vandaag geen leraren zijn, zijn ze er morgen ook niet. En over een maand ook niet. En ik denk over 4 jaar ook niet.
De oorzaak van het lerarentekort ligt denk ik ook niet aan een onaantrekkelijk salaris.
Zelf ben ik in 2017 overgestapt van een goedbetaalde televisiebaan naar een vele malen minder goedbetaalde baan in de zorg. Want werk doen wat je leuk vindt, daar hangt geen prijskaartje aan.
Mijn vader was leraar. Het was voor hem geen beroep, het was zijn roeping.
Hij was ‘Herr Deutschlehrer’ op de MTS, een technische opleiding. Een opleiding die je niet kiest vanwege je talenknobbel. Leraar Duits was vast niet de meest populaire functie op de MTS maar mijn vader vond het fantastisch. Hij ging elke dag lachend naar zijn werk en kwam fluitend weer thuis. ’s Avonds zat hij, ‘mit Vergügnung’ proefwerken na te kijken en voorzag hij ze her en der van geinig commentaar.
Hij had respect voor zijn leerlingen en zij ook voor hem. En natuurlijk zitten er in elke klas rotzakken, eikels en trutten maar daar lag juist zijn uitdaging. Met de nodige dosis humor en bevlogenheid wist hij zijn leerlingen de taal bij te brengen èn waar nodig te laten inzien dat hun gedrag niet door de beugel kon.
Op een dag waren er een paar leerlingen aan het vervelen. Op het hoogtepunt van de strijd vloog er een krijtborstel door de lucht, richting mijn vader. In een fractie van een seconde maakte hij een snoekduik en deed alsof hij K.O. was. De aanstichters raakten in paniek begonnen te bekvechten boven het bewegingsloze lichaam van mijn vader. In no time was het duidelijk wie de gooier was.
Ik herinner me nog een anekdote waarin een leerling expres zat te boeren in de klas, waarop mijn vader een wind liet, de klas uitliep, de deur op slot draaide en triomfantelijk achter het raampje lachend toekeek hoe zijn leerlingen met dichtgeknepen neus probeerden vergeefs een raam te openen. De jongen heeft nooit meer een boer gelaten in mijn vaders klas.
Misschien zou die aanpak nu niet meer werken maar dat is ook meteen de reden waarom ik er niet voor kies om voor de klas te staan.
De mentaliteit is veranderd. Van zowel de leerlingen als hun ouders. Ik heb vriendinnen die werkzaam zijn in het onderwijs. Zij vertellen soms hoe het eraan toe gaat in de klas. Niet zelden kan ik amper geloven dat het waar is. Maar ik weet dat het zo is. De mentaliteit van jongeren is verhard. Leerlingen zijn vaak onbeschoft, ongemanierd en respectloos. Dat zijn ze naar elkaar maar ook tegen hun leraar. Er worden dingen gezegd en (niet) gedaan die, als ik dat vroeger (niet) had gedaan, dan durfde ik niet eens na te denken over de gevolgen. Zo vertelde een vriendin dat ze een les buiten had voorbereid maar toen twee leerlingen besloten dat het buiten te koud was, bleef de helft van de klas ook demonstratief zitten en de andere helft durfde de docent niet meer te volgen. Blijkbaar zijn sommige leerlingen meer onder de indruk van het gezag van klasgenoten dan van hun leraar. En als dit nou alleen bij mijn vriendin zou gebeuren dan zou je nog kunnen twijfelen aan haar beroepskeuze maar de voorbeelden zijn legio en ze komen uit alle hoeken en gaten van het onderwijs.
Er zijn, net als vroeger, natuurlijk altijd leraren waar je als puber een hekel aan hebt. Dat hoort erbij en dat was bij mij niet anders maar er zat over het algemeen wel een grens aan onbeschoft gedrag, puur vanwege een algemene ongeschreven geldende fatsoensnorm.
De verschuiving in mentaliteit heeft niet alleen plaats onder jongeren want wee de leraar die een leerling aanspreekt op onacceptabel gedrag van Thijsje, of zelfs alleen besluit om de hoofdrol van de musical toch aan Yasmientje te geven in plaats van aan Djamillaatje, die kan een boos telefoontje of mailtje verwachten van de ouders van het betreffende kroost. Want ‘Mijn kind doet zoiets niet’, is een veelgehoord ouderlijk argument. Vaak gevolgd door allerlei uitingen van onvrede en soms zelfs dreigementen in de richting van de docent.
Onbegrijpelijk.
Ik kon vroeger ook soms een trutje zijn in de klas maar als dat nieuws mijn ouders bereikte, dan fietste ik met knikkende knietjes naar huis want dan kon ik, terecht (!) minimaal op een vervelende preek rekenen.
Misschien zou ik, als dochter van mijn vader, ook geschikt zijn om voor de klas te staan en kinderen en jongeren iets te leren. Om mijn kennis en ervaring over te brengen over een taal of vak waar ik heel gepassioneerd over ben. Ik zou dat wellicht met veel enthousiasme, bevlogenheid en een beetje humor kunnen overbrengen. Maar waarom zou ik in godsnaam?!
Waarom zou ik me dag in dag uit onderwerpen aan die pestjong? Of het ongenuanceerde commentaar van hun ouders? Zou jij nog fluitend naar je werk gaan?
Ik denk dat dáár de oorzaak ligt van het lerarentekort. Wie worstelt zichzelf nu nog vier jaar lang vrijwillig door een lerarenopleiding heen om vervolgens dag in dag uit met lood in je schoenen voor de klas te staan? Maar daar hoor ik niemand over! (Of ik zit weer niet op te letten 😉 )
Doceren met de heersende mentaliteit, daar is geen passend salaris bij te bedenken.
En ik vraag me af of een injectie van bijna een half miljard euro, het lerarentekort gaat oplossen.
Al hoop ik van harte van wel want het één kan niet zonder het ander. Het krachtigste wapen voor verandering is onderwijs.
#Tschüss







