• Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer

WernersWoord & WernersBeeld

Irene Werner

  • Home
  • Woord
  • Beeld
  • Contact

Column

Lerarentekort

november 2, 2019 by admin

Ik ga een beetje leraar lope te worden! Echt nie!

Het lerarentekort is schrijnend. De werkdruk is te hoog. Het één is een logisch gevolg van het ander maar niet persé de oorzaak. Je kunt er als overheid een half miljard euro tegenaan knallen, maar als er vandaag geen leraren zijn, zijn ze er morgen ook niet. En over een maand ook niet. En ik denk over 4 jaar ook niet.
De oorzaak van het lerarentekort ligt denk ik ook niet aan een onaantrekkelijk salaris.
Zelf ben ik in 2017 overgestapt van een goedbetaalde televisiebaan naar een vele malen minder goedbetaalde baan in de zorg. Want werk doen wat je leuk vindt, daar hangt geen prijskaartje aan.

Mijn vader was leraar. Het was voor hem geen beroep, het was zijn roeping.
Hij was ‘Herr Deutschlehrer’ op de MTS, een technische opleiding. Een opleiding die je niet kiest vanwege je talenknobbel. Leraar Duits was vast niet de meest populaire functie op de MTS maar mijn vader vond het fantastisch. Hij ging elke dag lachend naar zijn werk en kwam fluitend weer thuis. ’s Avonds zat hij, ‘mit Vergügnung’ proefwerken na te kijken en voorzag hij ze her en der van geinig commentaar.
Hij had respect voor zijn leerlingen en zij ook voor hem. En natuurlijk zitten er in elke klas rotzakken, eikels en trutten maar daar lag juist zijn uitdaging. Met de nodige dosis humor en bevlogenheid wist hij zijn leerlingen de taal bij te brengen èn waar nodig te laten inzien dat hun gedrag niet door de beugel kon.
Op een dag waren er een paar leerlingen aan het vervelen. Op het hoogtepunt van de strijd vloog er een krijtborstel door de lucht, richting mijn vader. In een fractie van een seconde maakte hij een snoekduik en deed alsof hij K.O. was. De aanstichters raakten in paniek begonnen te bekvechten boven het bewegingsloze lichaam van mijn vader. In no time was het duidelijk wie de gooier was.
Ik herinner me nog een anekdote waarin een leerling expres zat te boeren in de klas, waarop mijn vader een wind liet, de klas uitliep, de deur op slot draaide en triomfantelijk achter het raampje lachend toekeek hoe zijn leerlingen met dichtgeknepen neus probeerden vergeefs een raam te openen. De jongen heeft nooit meer een boer gelaten in mijn vaders klas.

Misschien zou die aanpak nu niet meer werken maar dat is ook meteen de reden waarom ik er niet voor kies om voor de klas te staan.
De mentaliteit is veranderd. Van zowel de leerlingen als hun ouders. Ik heb vriendinnen die werkzaam zijn in het onderwijs. Zij vertellen soms hoe het eraan toe gaat in de klas. Niet zelden kan ik amper geloven dat het waar is. Maar ik weet dat het zo is. De mentaliteit van jongeren is verhard. Leerlingen zijn vaak onbeschoft, ongemanierd en respectloos. Dat zijn ze naar elkaar maar ook tegen hun leraar. Er worden dingen gezegd en (niet) gedaan die, als ik dat vroeger (niet) had gedaan, dan durfde ik niet eens na te denken over de gevolgen.  Zo vertelde een vriendin dat ze een les buiten had voorbereid maar toen twee leerlingen besloten dat het buiten te koud was, bleef de helft van de klas ook demonstratief zitten en de andere helft durfde de docent niet meer te volgen. Blijkbaar zijn sommige leerlingen meer onder de indruk van het gezag van klasgenoten dan van hun leraar.  En als dit nou alleen bij mijn vriendin zou gebeuren dan zou je nog kunnen twijfelen aan haar beroepskeuze maar de voorbeelden zijn legio en ze komen uit alle hoeken en gaten van het onderwijs.

Er zijn, net als vroeger, natuurlijk altijd leraren waar je als puber een hekel aan hebt. Dat hoort erbij en dat was bij mij niet anders maar er zat over het algemeen wel een grens aan onbeschoft gedrag, puur vanwege een algemene ongeschreven geldende fatsoensnorm.
De verschuiving in mentaliteit heeft niet alleen plaats onder jongeren want wee de leraar die een leerling aanspreekt op onacceptabel gedrag van Thijsje, of zelfs alleen besluit om de hoofdrol van de musical toch aan Yasmientje te geven in plaats van aan Djamillaatje, die kan een boos telefoontje of mailtje verwachten van de ouders van het betreffende kroost. Want ‘Mijn kind doet zoiets niet’, is een veelgehoord ouderlijk argument. Vaak gevolgd door allerlei uitingen van onvrede en soms zelfs dreigementen in de richting van de docent.
Onbegrijpelijk. 
Ik kon vroeger ook soms een trutje zijn in de klas maar als dat nieuws mijn ouders bereikte, dan fietste ik met knikkende knietjes naar huis want dan kon ik, terecht (!) minimaal op een vervelende preek rekenen.

Misschien zou ik, als dochter van mijn vader, ook geschikt zijn om voor de klas te staan en kinderen en jongeren iets te leren. Om mijn kennis en ervaring over te brengen over een taal of vak waar ik heel gepassioneerd over ben. Ik zou dat wellicht met veel enthousiasme, bevlogenheid en een beetje humor kunnen overbrengen. Maar waarom zou ik in godsnaam?!
Waarom zou ik me dag in dag uit onderwerpen aan die pestjong? Of het ongenuanceerde commentaar van hun ouders? Zou jij nog fluitend naar je werk gaan?

Ik denk dat dáár de oorzaak ligt van het lerarentekort. Wie worstelt zichzelf nu nog vier jaar lang vrijwillig door een lerarenopleiding heen om vervolgens dag in dag uit met lood in je schoenen voor de klas te staan?  Maar daar hoor ik niemand over! (Of ik zit weer niet op te letten 😉 )
Doceren met de heersende mentaliteit, daar is geen passend salaris bij te bedenken.
En ik vraag me af of een injectie van bijna een half miljard euro, het lerarentekort gaat oplossen.
Al hoop ik van harte van wel want het één kan niet zonder het ander. Het krachtigste wapen voor verandering is onderwijs.

#Tschüss

 

Filed Under: Column

Op is op

juni 19, 2019 by admin

Weet je nog, vroegâh? Dat je voor de grote vakantie een 1 fotorolletje of een wegwerpcameraatje kreeg? “Op is op.” Klonk het begeleidende, goed bedoelde dreigement. Daarmee werd natuurlijk bedoeld ‘Schiet niet in het wilde weg want als er in de laatste week iets leuks gebeurt, kun je het niet meer vastleggen.’
Om de één of andere reden, werkte dat in mijn hoofd anders. Toen al. Ik schiet wat ik op dat moment leuk vind en inderdaad, op is op. Dat betekent bij mij niet ‘kak, nu heb ik die ene foto niet’. Nee, bij mij betekent dat ‘whatever, ik heb dus al heel veel toffe dingen gezien of gedaan’.
En dan was het vervolgens we-ken wachten tot de foto’s ontwikkeld waren. Althans, het leek in die tijd weken te duren.
Mijn zus toverde zwembadfoto’s, schattige puppies en tafeltennisvriendjes uit haar foto-envelop.
Bij mij kwam de ene Harley na de andere tevoorschijn.  Mijn moeder maakte er toch maar een selectie uit en plakte ze in mijn fotoalbum. Mijn vader deed zijn uiterste best om bij de zoveelste Harleyfoto een origineel bijschrift te verzinnen.

Mijn ouders hebben zich meermaals hardop afgevraagd waar het toch vandaan kwam, die fascinatie voor motoren.  De enige in onze familie die motor reed was mijn opa.

Op een dag kwam hij thuis zonder mijn oma, die normaliter achterop zat. Hij reed dezelfde route terug en vond mijn oma op het Heetmanplein in ’s-Hertogenbosch. Waar hij eerder die middag wellicht iets te hard was opgetrokken.  Deze anekdote stamt uit de jaren veertig. Daarna was het snel afgelopen met de hobby van mijn opa.

Een volgende zomervakantie trokken we met ons gezin, tent en caravan opnieuw naar die ene camping in Duitsland. Maar dit jaar stond er iets te gebeuren wat deze vakantie onvergetelijk zou maken. En niet vanwege de foto’s in mijn album.
Op een ochtend maakte mijn vader mij wakker, hij had een verrassing voor me. Ik ritste de klamme voortent open en daar stond ‘ie: De grote Honda Goldwing van die ene meneer die ook elk jaar naar deze camping kwam. Hij had een extra helm bij zich, voor mij!
En zo kronkelden en ronkten we door de Eiffel. Mijn droom kwam uit die ochtend.

Mijn hartsvriendinnetjes plakten boek na boek vol met foto’s van Kurt Cobain en Brad Pitt. In mijn plakboek was geen plaats voor Hollywood Hunks uit de 90’s. Wel voor….je raadt het al: Harley’s!
En dan vooral de klassiekers. Panheads, Shovels, Liberators etc. Ik heb er de nodige spreekbeurten aan gewijd.

Op een middag, ik was een jaar of twaalf, liep ik van school naar huis. Ik hoorde hem in de verte al aankomen. Vol verwachting bleef ik staan op de stoep. Kriebels in mijn buik. Hij reed me voorbij en ik zette het op een rennen. Erachteraan. Gelukkig stopte hij maar een paar straten verderop. De man stapte af en ging ergens naar binnen. Ik nam plaats op de stoeprand, naast de motor.
Ik wachtte tot de man weer naar buiten kwam en hing een lulverhaal op. Over mijn moeder, die zo’n ontzettende fan was van Harley Davidson en dat zij het geweldig zou vinden als hij met me mee ging om haar zijn motor te laten zien.  Hij stemde in en ik rende, met een ronkende Harley aan mijn zij, naar huis. Mijn moeder deed open en rolde met haar ogen. In de verte hoorde ik haar iets mompelen over mij maar ik had alleen oor en oog voor de motor.
De man bleek, samen met zijn zoon, die ook Harley reed, ritten te organiseren. En met de volgende rit mocht ik mee!!

Een uur van tevoren stond ik al voor het raam te wachten met mijn veel te grote Harley-jas, die ik ooit van iemand gekregen had, voor later. Die dag was geweldig. We reden met misschien wel honderd Harley’s over de snelweg. Het was oogverblindend en oorverdovend. Ik dronk die dag mijn eerste biertje uit een glazen laars. De hele dag kon ik niet geloven dat dit echt gebeurde. Ik hoopte dat die dag een glimp van mijn toekomst was.

Inmiddels is het zover! Ik heb mijn eigen Harley! Tot in detail gebouwd zoals ik het wil. En ik wist precies wat ik wilde want ik heb er zo’n 38 jaar over nagedacht. Mijn droom komt uit, opnieuw. Maar nu is het mijn eigen Harley. Ik kan het amper geloven.

Ja het kost wat maar fuck it! Nu is nu en op is op!

Filed Under: Column

Stairway to heaven

juni 19, 2019 by admin

Vandaag ben ik companion. Ik ben companion van mijn vriendin Merle die stewardess is bij KLM. Ik mag meevliegen naar Singapore, mits er vrije stoelen zijn. Een klein spanningselement is dus ingebouwd.

Ik loop met mijn trolley naar het meetingpoint en zie haar in de verte naderen.
Haar anders warrige coupe nu netjes opgestoken, make-upje, wit gladgestreken blouse, een sjaaltje met een tikje vaderlands oranje erin en het iconische blauwe mantelpak: een colbertje met strakke rok tot net over de knie. Haar nonchalante kistjes zijn verruild voor donkerblauwe pumps met hak van een centimeter of….ik zou de gate er nooit mee halen omdat ik bij het scannen van mijn paspoort al onderuit zou gaan op die krengen. Maar bij Merle zijn het geen krengen.
Het zijn sexy punten op de i. Ze loopt erop alsof de vertrekhal van haar is, zonder arrogantie.
Het welbekende blauw maakt van de anders lichtchaotisch ogende, grappige Merle een zelfbewuste ravissante KLM stewardess. Een vrouw van de wereld. De kracht van het uniform.

De Merle die ik ken, priemt toch door de blauwe zweem heen. Te herkennen aan de ladder in haar panty.
“Een stairway to heaven” grap ik nog, niet wetende dat dat snel daarna werkelijkheid zou worden.
Ik volg de blauwe pumps naar de ruimte waar de crew verzamelt. Twee deuren zwaaien open, we lopen een lange gang door en dan ineens beland ik in Stewardess Heaven!

Hier zitten ze, lopen ze, staan ze, begroeten ze elkaar en bewegen ze kriskras door de enorme ruimte. Met honderden tegelijk. Er zullen ook heus stewards tussen lopen maar die zie ik niet.
Ik begeef me in een verborgen wereld waarvan niemand wist waar de toegangspoort te vinden was. Een wereld waarin alle vrouwen een shampoo gebruiken die gebaseerd is op een geheim recept, nagels onbreekbaar zijn en de effecten van een jetlag permanent onzichtbaar.

Voor het eerst in mijn leven wilde ik dat ik Robert ten Brink was. In gedachten spreid ik mijn armen en vormt zich aan weerszijden van mij een lange rij van vrouwelijk schoon in het blauw. In slowmotion gooien we om beurten onze benen in de lucht terwijl de ene na de andere spierwitte tandenrij zich aan mij blootgeeft.
In werkelijkheid voel ik me een olifant in een kast vol koninklijk blauw porselein.
Als er geen vrije stoel beschikbaar is aan boord, laat mij dan hier maar achter.

Filed Under: Column

Yogales

juni 19, 2019 by admin

Dus ik ga aan de yoga. Gisteren les 2. Ik sta in de downwardfacing dog-positie en ben op zoek naar een manier om lucht binnen te krijgen en heb tegelijkertijd medelijden met de persoon achter mij.

Juf: “Doe met je linkervoet een grote stap voorwaarts. Plaats je handen onder je schouders.”

Ik heb behoefte aan een beginnersmat met gekleurde stippen.

Juf: “Breng je heupen naar de mat. We noemen dit de spagaat”.

Ik ben de jongste in het klasje maar, in tegenstelling tot de rest, lijkt het alsof ik op een onzichtbare shedlandpony zit.

Juf: “Carry, raak jij de mat?”
‘Ja’ knikt Carry trots en ik constateer dat ook de klassenoudste met haar fluit de mat aantikt.

“Ik bijna!” Roep ik lachend als een boerin met spierpijn.

Juf: “Ik denk dat het je met kerst wel lukt.

……..in 2024”.

Filed Under: Column

Vijf jaar later

juni 19, 2019 by admin

Ik rij naar huis. De zon staat laag aan de horizon, de lente komt eraan. In de berm komt het een en ander al voortijdig tot bloei. Ik voel wat ik zie. Ik sta ook in bloei. In de bloei van mijn leven. 29 lentes jong, de leukste baan die ik me kan wensen, een prille liefde die thuis op me wacht en een bataljon aan fijne vrienden en familie. Vandaag kan ik uitzonderlijk vroeg weg van mijn werk. Deze week ga ik het zeker halen; mijn hockeytraining. Sinds een half jaar ben ik keeper van dames 2 van de grootste en wellicht de gezelligste kak-club in Brabant. Dat laatste kan ik niet met zekerheid zeggen omdat ik geen enkele ervaring heb bij andere clubs omdat ik onlangs (tot mijn eigen verbazing) gedebuteerd ben in deze sport.
Omdat ik sinds kort een sportieve hobby heb (het werd tijd), heb ik besloten om die lijn lekker radicaal door te voeren door minder koffie te drinken, te stoppen met roken en (om te voorkomen dat ik voor het einde van het hockeyseizoen uit mijn nieuwe gesponsorde pakje knap) ook maar minder te snaaien.
De muziek in de auto maakt me vrolijk en ik denk aan de motorvakantie die in het verschiet ligt, samen met die prille liefde. Ein-de-lijk- een motorvakantie, ik heb er altijd van gedroomd maar het kwam er steeds niet van. Nu wel.  Het leven lacht me toe en niets is onmogelijk.

Ik open mijn ogen en het beeld vult zich met roestig staal. Nog voor ik me realiseer wat er gebeurt kom ik met een klap tot stilstand. Ik wil de auto uit maar dat gaat niet. Ik kijk naar mijn benen en zie waarom. Het eerste wat ik denk: KUT! De motorvakantie! Als ik heel veel uren later mijn ogen open doe in het ziekenhuis is mijn kamer gevuld met een ieder die me lief is. In deze samenstelling heb ik meestal een whiskey-cola in mijn hand, deze keer een morfinepomp. Ik druk herhaaldelijk op het knopje  en ik laat nadrukkelijk weten dat ik het super gezellig vind dat iedereen er is. “Wat leuk!!” “Echt zó gezellig!” “Hoe is het met jullie?” Mijn gasten kijken beduidend minder vrolijk en zelfs ietwat zorgelijk. Ik stel ze gerust door te zeggen dat er een maximum is ingesteld op de pomp. “Na vijf keer drukken komt er niks meer uit hoor!”, hoor ik mezelf zeggen. “Wie wil er wat drinken?”
Op dat moment weet ik niet dat deze uitzonderlijke groep vrienden al de hele nacht bij mijn moeder thuis heeft doorgebracht. Het had ze aan niets ontbroken,  ze had zelfs voor iedereen worstenbroodjes gemaakt. Uren hebben ze gewacht op een telefoontje uit het ziekenhuis over de uitkomst van de operatie.

Het is nu vijf jaar later. Het gaat goed. Veel en veel beter dan verwacht.
Eerder deze week reed ik naar huis van een te gekke klus wat ik mijn werk mag noemen. Het is vroeger dan anders. De zon schijnt laag en door de liedjes op de radio zit ik met mijn hoofd al in Vietnam. Daar gaan we binnenkort op motorreis. Ein-de-lijk! Ik heb er altijd van gedroomd maar het kwam er steeds niet van. Nu wel. De tickets zijn geboekt, niets staat ons nog in de weg. Terwijl de roestkleur van toen als een streep aan me voorbij trekt, realiseer ik me dat de geschiedenis zich herhaalt.
Vanavond sta ik met die prille liefde van toen te koken. We verkneukelen ons op een avondje bankhangen en ik kan stiekem niet wachten op morgen. Morgen ga ik mijn nieuwe motor ophalen. De zijspan is verkocht want ik kan weer op twee wielen rijden. Met een tevreden plof landen we samen op de bank. De deurbel gaat. Het is mijn lieve moedertje. Ze komt zomaar even langs. Dan staan er ineens nog twee meiden in de keuken. En nog twee en nog twee…ze hebben stuk voor stuk een hele goede reden voor hun aanwezigheid op dat moment en ik vermoed niets. Ik gil het uit van het toeval waarvan ik plots getuige ben. “Hoe gezellig! Najaaa wat leuk!” “Wie wil er iets drinken?” Sneller dan ik het me kan realiseren vult de kamer zich met iedereen die me lief is. Maar ik snap niet waarom? Ben ik weer iets vergeten? Ik vraag me af of ik me daarvoor moet schamen. Voor wie is dit feest eigenlijk? Wat heb ik gemist? Wat valt er vanavond te vieren? Ik ben met stomheid geslagen als me duidelijk gemaakt wordt dat ikzelf  reden voor een feestje blijk te zijn.
“Het ongeluk is nu vijf jaar geleden. Je leeft en niemand had gedacht dat het zó goed zou komen. Dus: feest!”
Verdoofd van de verrassing en me afvragend waar ik dit in godsnaam aan verdiend heb sta ik sprakeloos met een whiskey-cola in mijn hand.
De geschiedenis herhaalt zich, de toekomst hopelijk ook.

Filed Under: Column

De prilheid voorbij

juni 19, 2019 by admin

Eventuele ontwikkelingen van de bikinilijn worden nauwkeuriger gemonitord dan de grasmat van Wimbledon.
Je ondergoedkeuze is van levensbelang.
Je gaat naar bed zonder eerst je make-up eraf te halen om vervolgens, zwijmelend op de borst van je nieuwe vlam, een schietgebedje te doen in de hoop dat het allemaal een beetje op z’n plek blijft tot morgenvroeg.

Bij het verlaten van de douche check je je coupe, je adem en eventuele make-upresten. Je zorgt dat er op de route naar de slaapkamer geen felle lampen branden. In het natuurlijke licht van  een zwak ochtendzonnetje begeef je je, zo natuurlijk mogelijk, naar de slaapkamer. Tijdens dit hele proces laat je geen milliseconde de spanning op je buikspieren vieren!

Dat doe je, als je verliefd bent.
Je wil zo sexy, wulps en vooral zo natuurlijk mogelijk overkomen. De geliefde in kwestie mag dus geen enkele notie hebben van de hierboven beschreven gedachten.
Gek genoeg lijkt het altijd alsof het bij de ander allemaal vanzelf gaat.
Dat kan twee dingen betekenen. Of ze is werkelijk buitenaards sexy, ontwaakt elke ochtend als een model, beschikt over een lade met uitsluitend sexy lingerie en haar lichaamshaar gedijt niet buiten de maatschappelijk verantwoordde haargrens. Of, de tweede optie, ze is meesterlijk in het verbergen van haar flaws.

Vroeg of laat zal de waarheid zich aandienen. Dat was dus vanmorgen.
Ik loop met ingehouden buik de woonkamer in en sta aan de grond genageld. De roze wolk waarop ik het afgelopen jaar heb vertoeft, wordt in één ruk onder me vandaan getrokken.
Over de verwarming hangen vier uitgelubberde (vermoedelijk ooit witte) sportsokken en een ander offwhite kledingstuk te drogen. Ik blijf er ongewild naar staren en zie dan dat het linker object een dito sportbeha is.
Wat a-sexy! ! Gadver!

Mijn vriendin ziet mijn verontwaardiging en vraagt “Is er iets?”
Waarop ik antwoord: “Schatje, als dit mijn eerste ochtend hier was, zou je dat dan ook zo te drogen hangen?”
“Euh, nee. Natuurlijk niet.”

Dan weet je dat je definitief het prille stadium voorbij bent en dat de verliefdheid, geheel volgens cliché, heeft plaats gemaakt voor houden van.
Maar dat kun je toch ook anders zeggen?!

Filed Under: Column

  • Go to page 1
  • Go to page 2
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Footer

  • Home
  • Woord
  • Beeld
  • Contact

Contact

Werners Woord
Irene Werner
irene@wernerswoord.nl
0624399182

 

WernersWoord · Algemene voorwaarden · Privacyverklaring · Website: Studio Het Zwarte Schaap